Uitspraak klachtencommissie

Klacht

Situatie: Een destijds nog niet leerplichtig kind is op een wachtlijst geplaatst voor een school voor speciaal onderwijs. Nadat eerder al een gesprek met zijn moeder had plaatsgevonden, heeft een gedragswetenschapper van de school haar in een brief laten weten dat haar zoon niet toegelaten kan worden tot de school, omdat hij nog niet zindelijk is. De moeder heeft daarna contact gezocht met de school, omdat zij verwachtte dat haar zoon na behandeling al zindelijk zou zijn als de school daadwerkelijk start. De school heeft de moeder laten weten dat het kan zijn dat de eerdere belemmeringen niet meer bestaan, maar dat haar zoon alsnog niet toegelaten zal kunnen worden, omdat de school inmiddels groep 1 vanwege personeelstekort heeft opgegeven. De school heeft de moeder verwezen naar een sbo-school, die volgens de school passend is en vervolgens het dossier gesloten. De moeder vindt de aangeboden school echter niet passend bij de ondersteuningsbehoefte van haar zoon.

Advies van de Commissie: Het verzoek is gegrond.

Toelichting: De brief van de school moet gezien worden als een formeel besluit tot weigering van toelating van een aangemelde leerling. De school heeft onvoldoende gedaan om te voorkomen dat bij de moeder een misverstand zou ontstaan over de vraag of zij haar zoon wel of niet had aangemeld. De brief van de school voldoet niet aan de wettelijke eisen. Het is geen brief van het bevoegd gezag. Verder ontbreken een dragende motivering, een bezwaarclausule en een verwijzing naar een passende school. De school heeft het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte gebaseerd op mogelijk achterhaalde informatie. De school had de moeder nog een gelegenheid moeten geven om de informatie aan te vullen. Niet-zindelijkheid van een leerling is op zichzelf geen voldoende reden om toelating van een leerplichtige leerling te weigeren. De school had moeten onderzoeken welk type onderwijs in beginsel passend was voor de leerling. Voor een verwijzing naar een andere school voor speciaal (basis)onderwijs had de school een tlv aan moeten vragen. De school heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de school, ondanks het wegvallen van groep 1, niet op een andere manier in de ondersteuningsbehoefte van de leerling kon voorzien.

Klacht

Situatie: Een basisschoolleerling is hooggevoelig en functioneert op verbaal gebied op (hoog) begaafd niveau. De leerling heeft behoefte aan autonomie en ondersteuning bij werkhouding, concentratie en automatisering. Voor de leerling is ondersteuning vanuit de basisondersteuning ingezet. Zowel vanuit ouders als vanuit school zijn er zorgen over de leerling. Ouders menen dat voor de leerling een opp dient te worden opgesteld en de school niet.

Advies van de Commissie: Het verzoek is gegrond.

Toelichting: Voor een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte moet een opp worden vastgesteld. De leerling heeft ondersteuning nodig, maar het is niet vastgesteld dat de leerling ook een extra ondersteuningsbehoefte heeft. Een opp is daarom niet verplicht. Over de inzet van de geboden ondersteuning door de school zijn meerdere gesprekken met ouders geweest, maar een planmatige aanpak ontbreekt. Hierdoor is voor ouders niet voldoende inzichtelijk met welke (basis)ondersteuning de leerling tot leren komt. Een plan van aanpak is daarom raadzaam. Ook is geadviseerd om de leerling hier zelf bij te betrekken.