Interview Joan Briels
Wethouder maatschappelijk domein in Laarbeek
Samen werken aan wat wél kan
Na jarenlange inzet voor het maatschappelijk domein neemt Joan Briels afscheid als wethouder in Laarbeek. Met een achtergrond in de jeugdzorg en kinder- en jeugdpsychiatrie én een portefeuille waarin onderwijs en jeugdzorg altijd samenkwamen, stond hij vaak precies op het snijvlak waar beleid en praktijk elkaar raken. Juist daar groeide ook de samenwerking met SWV Helmond-Peelland PO: in de gezamenlijke zoektocht naar passende ondersteuning voor kinderen en scholen.
Toegankelijk en oplossingsgericht
Over de onderlinge samenwerking is hij uitgesproken positief. “Ik ervaar het alsof we samen voor één opdracht staan,” zegt hij. “Niet: jij moet dit regelen of jij moet dat oplossen. De vraag is steeds: hoe maken we het mogelijk?” Juist dat gezamenlijke perspectief maakt volgens hem het verschil voor kinderen en gezinnen.
Wat Joan waardeert in de samenwerking met het SWV is de toegankelijkheid en de manier waarop er wordt gewerkt. Niet blijven hangen in systemen, maar zoeken naar oplossingen die passen bij de situatie: “De lijnen zijn kort, het contact is laagdrempelig. Dat maakt het prettig samenwerken.” Tegelijkertijd benadrukt hij dat samenwerking niet alleen op bestuurlijk niveau plaatsvindt. “Het gaat erom dat we regelruimte creëren voor onze medewerkers,” legt hij uit. “Zij zien vaak heel goed wat nodig is. Als bestuurder moet je die ruimte durven geven, en dat geldt net zo goed voor het samenwerkingsverband.” Volgens Joan is dat precies waar het SWV sterk in is: professionals in de uitvoering ondersteunen en vertrouwen geven om samen tot passende oplossingen te komen.
Passend onderwijs vraagt om balans
Als het gaat over passend onderwijs kiest Joan nadrukkelijk voor nuance. Hij gelooft in het uitgangspunt van onderwijs zo thuisnabij mogelijk, maar hij waarschuwt ook voor een te eenzijdige benadering. “Soms moeten we durven erkennen dat het voor een kind niet haalbaar is binnen het reguliere onderwijs. Voor sommige kinderen is een andere plek beter passend, juist om tot ontwikkeling te komen. Als je kinderen met een vergelijkbare ondersteuningsvraag bij elkaar zet, kun je soms een veiliger en voorspelbaarder klimaat creëren dan in het regulier onderwijs mogelijk is.” Daarbij blijft het belangrijk om steeds opnieuw te kijken wat het doel is. Soms is ondersteuning tijdelijk, gericht op terugkeer naar het regulier onderwijs, soms niet. “Niet om een kind te kneden,” zegt Joan, “maar om te kijken waar het kind het beste tot zijn recht komt.”
Schotten tussen systemen
De grootste uitdaging in de samenwerking zit volgens Joan niet in de wil, maar in de structuur. “De onderwijswetgeving is complex,” zegt hij. “En daarnaast heb je te maken met verschillende financiële stromen: die van het onderwijs, van het samenwerkingsverband en van de gemeente in de jeugdzorg.” Die schotten kunnen oplossingen in de weg staan. Tegelijkertijd ziet hij juist daar ook een gezamenlijke opgave voor gemeenten en het SWV. “Je moet bereid zijn om over die grenzen heen te kijken. En dan begint het bij de bereidheid om samen te zoeken.”
In zijn afscheidsbericht op LinkedIn schrijft Joan dat samenwerken niet alleen gaat over kunnen, maar vooral over willen: “Als je het wilt, dan begint het. Dat is geen oplossing voor alles, maar wel de basis. Willen samenwerken betekent soms ook iets inleveren. Dat kan alleen als het vertrouwen wederzijds is. Als ik ruimte geef, doe ik dat in de overtuiging dat de ander dat ook doet wanneer het nodig is. Dat vertrouwen is essentieel.”
Maatwerk vraagt lef
Maatwerk is een veelgehoorde wens in onderwijs en ondersteuning. Volgens Joan vraagt dat om lef. “Maatwerk betekent dat je verschillen maakt. Geen enkele situatie is hetzelfde. Dat vraagt ruimte in wetgeving, beleid en uitvoering, maar ook acceptatie van verschillen. We willen minder regels, maar krijgen er steeds meer. Ook omdat we het lastig vinden als de ene situatie anders wordt behandeld dan de andere.” Toch blijft Joan ervan overtuigd dat maatwerk nodig is om recht te doen aan kinderen en gezinnen.
Blijven investeren in elkaar en de uitvoering
Als Joan iets mag meegeven aan de samenwerking tussen gemeenten en het samenwerkingsverband, dan is het dit: blijf investeren in de mensen in de uitvoering. “Zij weten vaak heel goed wat nodig is. Geef hen de ruimte en het vertrouwen.” Daarnaast ziet hij de kracht van korte lijnen en integraal werken, zeker in kleinere en middelgrote gemeenten. “Je moet bij elkaar kunnen binnenlopen. Van elkaar weten: wat kunnen we doen om samen tot een oplossing te komen?”
Joan stopt als wethouder “met pijn in het hart”. Wat hij gaat missen? “De samenwerking binnen de regio en het werken met collega’s. Het krachtenveld waarin je samen beweegt en zoekt naar oplossingen. Partners die elkaar weten te vinden, elkaar ruimte gunnen en samen blijven kijken naar wat wél kan: voor kinderen, gezinnen en scholen.”