Column bestuurder Erik Wissink

Van zorgplicht naar gezamenlijke verantwoordelijkheid

Zorgplicht, onderwijsverantwoordelijkheid en doorzettingsmacht. Het zijn woorden die in ons werk geregeld voorbijkomen. Twee ervan zijn wettelijk verankerd, maar juist het woord zorgplicht zorgt nogal eens voor verwarring. Taal doet ertoe. Zeker wanneer woorden bepalen wie zich verantwoordelijk voelt voor een kind.

Onlangs werd dat opnieuw zichtbaar. Een leerling had zorg nodig om überhaupt onderwijs te kunnen volgen. De ouders vroegen daarvoor een specifieke beschikking aan. Die aanvraag werd afgewezen, omdat de zorgplicht volgens de betrokken ambtenaar betekende dat de school verantwoordelijk was voor deze zorg. Ik kan die redenering zelfs begrijpen: het woord nodigt ertoe uit.

Toch gaat de zorgplicht in het onderwijs over iets anders. Wanneer ouders hun kind aanmelden, is de school of het schoolbestuur verantwoordelijk voor een passend onderwijsaanbod. Dat aanbod kan op de school van aanmelding worden gerealiseerd, maar soms is een andere school beter toegerust. Binnen het onderwijs spreken we daarom terecht over basisondersteuning en extra ondersteuning – niet over basiszorg en extra zorg.

Misschien zouden we het begrip zorgplicht daarom beter kunnen vervangen door onderwijsverantwoordelijkheidsplicht. Geen woord dat soepel van de tong rolt, dat geef ik direct toe. Voor een beter alternatief houd ik mij aanbevolen. Maar de kern moet helder zijn: onderwijs en zorg hebben ieder een eigen verantwoordelijkheid, én de opdracht om elkaar rond een kind te vinden.

De beweging naar een inclusieve leer- en ontwikkelomgeving vraagt daarom meer dan een juiste uitleg van regels. Ze vraagt om samenwerking tussen schoolbesturen, het samenwerkingsverband, gemeenten en andere partners. Niet om verantwoordelijkheden door elkaar te halen, maar om ze zo te verbinden dat een kind niet tussen systemen terechtkomt. Het doet mij goed dat we daar bestuurlijk steeds meer dezelfde koers in vinden.

En dan is er nog de doorzettingsmacht. Als samenwerkingsverband hebben we formeel geregeld dat een plaatsing kan worden afgedwongen wanneer dat nodig is. Gelukkig heb ik die kaart nog nooit uit mijn binnenzak hoeven halen. Schoolbesturen nemen, in samenspraak met het samenwerkingsverband, hun verantwoordelijkheid.

Toch zou ik soms wensen dat we ook samen met gemeenten over een onafhankelijke vorm van doorzettingsmacht beschikken op het snijvlak van onderwijsondersteuning en zorg. Niet om partijen tegenover elkaar te zetten, maar juist om vastlopende gesprekken weer in beweging te brengen.

Want uiteindelijk zou niet de vraag centraal moeten staan: wie is waarvoor verantwoordelijk? De vraag die ertoe doet is: wat heeft dit kind nodig om zich te kunnen ontwikkelen – en wat vraagt dat van ons, samen?