In gesprek met wethouder Stefanie Brugmans

“Kijk goed naar het kind, kijk goed naar zijn of haar talenten”

Sinds juni 2026 is Stefanie Brugmans wethouder in Helmond, met onder meer onderwijs en jeugd in haar portefeuille. Daarvoor was ze vier jaar gemeenteraadslid. Het samenwerkingsverband kent ze al langer: als betrokken ouder, via de medezeggenschap en vanuit de Ondersteuningsplanraad (OPR). We gingen met haar in gesprek over haar achtergrond, de samenwerking tussen de gemeente en SWV Helmond-Peelland PO, het Ouder- en kindsteunpunt en haar prioriteiten.

Van betrokken ouder naar wethouder

Stefanie is getrouwd en moeder van twee kinderen. “Ik was al vroeg betrokken bij het onderwijssysteem, omdat de oudste zorgbehoevend is en omdat ik oprecht geïnteresseerd was in hoe het onderwijs is opgebouwd,” vertelt ze. Via de medezeggenschap kwam ze in aanraking met het samenwerkingsverband. Ze studeerde bewegingswetenschappen, werkte in de zorg en later in het onderwijs. Ze was vier jaar raadslid en is nu wethouder, “in een portefeuille die me aan het hart gaat.”

Hoe waren de eerste maanden? “Hollen en stilstaan en genieten en soms verbazing,” zegt Stefanie. “Maar ik ben nog steeds vol enthousiasme.” Uit haar achtergrond neemt ze vooral de praktijk mee. “Ik heb letterlijk met de voeten in de klei gestaan. Ik ken de praktijk, niet alleen het papier. Ik merk nu dat dat heel waardevol is.”

Onderwijs en jeugd

Onderwijs en jeugd zitten allebei in haar portefeuille. Binnen de onderwijsportefeuille liggen de softe kanten bij haar. “De harde stenen liggen bij mijn collega.” Volgens Stefanie gaat het juist om het opgroeien, “waar kinderen thuis en op school mee in aanraking komen. Dat kan elkaar versterken, zowel positief als negatief. Dat maakt het denk ik ontzettend mooi, dat ik dat nu bij elkaar kan brengen. Om die opgroeiende kinderen een stukje op weg te helpen, waarin ze kunnen doorontwikkelen.”

Voor kinderen die door complexe ondersteuningsbehoeften niet (volledig) naar het regulier of speciaal onderwijs kunnen, zijn er onderwijszorgarrangementen (OZA). Daarin worden onderwijs en zorg gecombineerd. Stefanie kent ze uit eigen ervaring. “Ik heb ze ook weleens aangevraagd. Ik heb echt gezien hoe waardevol het is om op school te zitten dicht bij je huis, daar waar je opgroeit. Een van mijn kinderen heeft het geluk dat hij dicht bij huis naar school kan. De ander helaas niet. Ondanks de goede onderwijszorgarrangementen van destijds kregen we het toch niet voor elkaar om hem in het regulier onderwijs te houden.”

Haar wens is dat het inclusieve onderwijs wordt geborgd. “Ik zou het mooi vinden als we het voor elkaar krijgen dat letterlijk ieder kind uiteindelijk binnen de stadsgrenzen naar school kan. En dat we die inclusieve omgeving niet alleen in het onderwijs, maar in de hele sociale basis voor elkaar krijgen. Thuisnabij naar school gaan heeft op zoveel aspecten zoveel goede toevoegingen. Dat gun ik ieder kind.”

Samenwerking met het SWV

Stefanie waardeert de stappen die het samenwerkingsverband de afgelopen jaren heeft gezet om directer te luisteren naar het netwerk rondom het kind. “Dus de ouder, maar zeker ook de IB’er op school. En zo laagdrempelig mogelijk alle issues naar boven halen. Dat waardeer ik ontzettend. En ook dat ze oprecht willen leren en het zo eenvoudig mogelijk willen inrichten.”

Tegelijkertijd vindt ze dat het geluid en het perspectief van ouders soms misschien nog meer gewaardeerd mogen worden. “Het is niet niks om de keuze te moeten maken dat je kind naar het speciaal onderwijs gaat, of naar een school die verder weg is. Ouders maken die keuze echt niet lichtzinnig. En voor het onderwijs geldt dat ook. Het is niet niks als wij zeggen: we willen naar inclusief onderwijs.”

Daarbij denkt ze ook aan de overgangen die een kind doormaakt. Eerst van de kinderopvang naar de basisschool, en uiteindelijk ook naar het voortgezet onderwijs. “Het zijn altijd spannende overgangen, zeker voor de kinderen die zorgarrangementen nodig hebben. Grootschalige veranderingen doen echt iets met een kind, en dus ook met de ouders en het gezin eromheen.” Volgens Stefanie kan dat misschien nog beter worden ingeregeld, zodat er niet te veel stress mee gepaard gaat.

Samen rondom het kind

In het nieuwe Ondersteuningsplan 2027-2030 van het SWV kiest Helmond ervoor om ondersteuning dichtbij, in de wijk, te organiseren, samen met partners uit onderwijs, opvang en zorg. “Ik denk dat we niet anders kunnen dan samenwerken,” zegt Stefanie. “Niet alleen gemeente en onderwijs, maar zeker ook de maatschappelijke partners. En zelfs de paramedische partners, zoals logopedisten, fysiotherapeuten en ergotherapeuten. We kunnen het niet meer alleen.”

De uitdaging zit volgens haar in hoe het systeem nu is ingericht. “We moeten anders gaan kijken en in ieder geval accepteren dat het soms goed is om iemand ambulant in te vliegen. Wat in het verleden misschien al heel goed ging met logopedisten bij het taalonderwijs, kunnen we misschien ook bij andere disciplines doen. En hulp vragen aan een andere professional is geen falen.” Het onderwijs is volgens haar ook een ontmoetingsplek. “Als het goed is, gaat ieder kind naar school. Daar kunnen hulpverleners elkaar ontmoeten en signalen herkennen en doorzetten.”

Het Ouder- en kindsteunpunt

Stefanie was vanuit de OPR betrokken bij de beginfase van het Ouder- en kindsteunpunt. “Ik ben blij dat we destijds een goede basis hebben neergelegd,” vertelt ze. “Ouders kunnen los van school zelf hun informatie ophalen. Dat maakt het steunpunt ook een beschermende omgeving. Een ouder hoeft niet meteen met zijn zorgen naar buiten te treden.” Ze benadrukt: “Die onafhankelijke positie van het oudersteunpunt mogen we nooit kwijtraken.”

Ook ziet ze verbeterpunten. Zelf had ze laatst nog een vraag, waarop ze een snel antwoord miste. Ze denkt aan thema’s als passend onderwijs en het aanmelden van een kind op school waarvan de ouder met de vraag speelt of regulier onderwijs wel mogelijk is. “Dan kunnen we ouders misschien nog meer ontlasten, zodat ze goed weten wat er van hen verwacht wordt. Want daar gaan we echt dingen anders in doen als we meer naar inclusief onderwijs gaan. Dat thema mag nog mooier bij het steunpunt landen. Juist door ouders eerder te informeren, zodat ze minder schaamte hebben om een vraag te stellen en op weg geholpen kunnen worden.”

Volgens haar ligt er voor het hele maatschappelijke veld een rol: weten dat het steunpunt bestaat. “Ook hier intern, bij de ambtenaren die de eerste toegang zijn voor ouders. Dat zij weten: daar kun je zelf informatie ophalen.” Daarnaast noemt ze het in gesprek blijven met het samenwerkingsverband, zodat signalen waar de gemeente eventueel iets mee kan ook bij de gemeente terugkomen.

Blik op de toekomst

Als prioriteiten noemt Stefanie de warme overdrachten, het inclusieve onderwijs en inclusieve ontmoetingsplekken en leeromgevingen. Ook de onderwijszorgarrangementen hebben haar aandacht. “Dat we het voor kinderen en ouders al goed regelen, in plaats van dat ze er zelf heel hard aan moeten trekken. Het zijn kleine radertjes waar we heel hard aan moeten werken.”

Ook het gezin noemt ze een hele belangrijke schil rondom het kind. “Wij zijn er denk ik als gemeente en als professionals om hen zo goed mogelijk in hun kracht te laten staan.”

Stralen op hun eigen manier

Haar boodschap aan het netwerk rondom het kind: “Kijk goed naar het kind, kijk goed naar zijn of haar talenten en ga er alles aan doen om die zo goed mogelijk naar boven te laten komen. Zodat kinderen echt kunnen stralen op hun eigen manier. En het liefst zo dicht bij huis als mogelijk.”