Ketenpartner Zuiderbos aan het woord
‘Monster op papier’
Vanuit de specialistische zorg krijgen we een behandelplan toegestuurd. Het is het behandelplan van een jongen van elf jaar. Op papier staat dat hij agressief is, niet kan omgaan met autoriteit, sterk zelfbepalend is en dat zijn ouders geen grip op hem hebben. Hij kan letterlijk om zich heen slaan en zijn hoofd zit continu vol. In de thuissituatie gaat het ook niet zo lekker. Er is veel ruzie en ouders weten geregeld niet wat te doen. Het blijkt dat hij op drie verschillende scholen heeft gezeten, maar het nergens echt lang heeft volgehouden. Té moeilijk kind. Hij past niet.
Na het lezen van het plan nemen we contact op met zijn school van herkomst. Ook daar worden de verhalen niet beter. ‘Met hem in de buurt heerst onveiligheid’. ‘Het is een agressieve jongen die niet wil’. ‘We zijn handelingsverlegen’. We krijgen nog meer plannen toegestuurd en overal staat, bijna in blokletters, zijn agressie en sterke eigen wil beschreven. School van herkomst en ouders zitten met de handen in het haar.
Een monster op papier.
Zo klinkt het.
We bespreken deze jongen in de CVB, zonder hem ook maar één keer gezien te hebben. Een spannende leerling. De vraag of wij hem kunnen bieden wat hij nodig heeft, is groot.
Wij willen hem een veilige plek bieden. Maar dat willen we ook voor onze andere leerlingen en onze collega’s.
Kunnen wij dit?
Kan hij dit?
Wat gaat de zorg precies doen?
Hoe stevig kan de samenwerking met de zorg zijn?
Kunnen we een fijne samenwerking met zijn ouders opbouwen?
ALLES in het belang van deze jongen.
Zuiderbos is een plek waar we zeggen dat iedereen welkom is, als we kunnen voldoen aan de hulpvraag. Die hulpvraag is helder: breng zijn ondersteuningsbehoeften in kaart en geef hem voldoende bagage mee in zijn rugzak om zich staande te kunnen houden in de maatschappij.
De hulpvraag sluit precies aan bij onze visie.
Het antwoord is dus snel gegeven; we gaan ervoor!
Er komt een intake met zijn ouders en natuurlijk met de leerling zelf. We geven hem een rondleiding en hij maakt kennis met zijn mentor. Hij zal starten in groep 7.
De jongen heeft er nog niet zoveel zin in. Hij reageert kortaf op de vragen die tijdens de intake worden gesteld. Hij steekt geregeld, buiten ons zicht, zijn middelvinger op naar zijn ouders en snauwt hen af.
Tijdens de rondleiding zien we echter ook tekenen van nieuwsgierigheid. Hij lijkt te zien dat dit een andere school is dan alle scholen die hij tot dan toe heeft gekend. Dat geeft natuurlijk geen garanties, maar de interesse is gewekt.
We spreken af dat hij een week later, op maandag, zal starten met twee uurtjes per dag. Klein beginnen. Weinig vragen. Succeservaringen opdoen.
Hij en zijn ouders gaan akkoord.
Maandagochtend is hij zoals afgesproken op school. Zijn ouders brengen hem naar binnen. Hij stapt de klas in. Hij lijkt stoer en zelfverzekerd, maar wij zien een andere kant.
Spanning.
Onveiligheid.
Kwetsbaarheid.
Hij gaat op de afgesproken plek in de klas zitten en kijkt angstig om zich heen. Hij kent niemand en niemand kent hem. De leerkracht maakt een praatje met hem. Ook hier reageert hij kortaf. Want waarom zou hij deze leerkracht wél vertrouwen?
De eerste twee weken gaan voorbij.
Hij is er elke dag.
Langzaam voelt hij zich steeds wat veiliger. Hij speelt geregeld een spel met een klasgenoot en maakt steeds vaker een praatje met de leerkracht of ondersteuner. Hij mag werk maken, maar het hoeft nog niet. Er is geen druk.
Dat lijkt hem goed te doen.
Wanneer we merken dat hij wat meer aankan, vragen we steeds iets meer van hem op het gebied van schoolwerk. We bouwen de druk langzaam op en laten hem steeds een uurtje langer naar school komen.
Na ongeveer drie maanden gaat hij halve dagen naar school en bouwen we steeds meer uit.
‘Het monster op papier’ blijkt een ontzettend kwetsbare jongen te zijn, met het hart op de juiste plek.
Hij wil heel graag laten zien wat hij kan, maar wat vindt hij dat toch moeilijk. En trapt telkens opnieuw in zijn oude valkuilen.
Zo moeilijk om zichzelf te durven zijn.
Zo moeilijk om contacten aan te gaan.
Zo moeilijk om fouten te maken.
En wij dagen hem uit.
Wij zien in hem geen monster.
Wij zien een jongen in de knel.
Een jongen met autisme, dat hem ontzettend in de weg zit. Een jongen bij wie de blokjes in zijn hoofd heel vaak scheef liggen. Een jongen die gewend is om afgewezen te worden en daar geregeld naar op zoek is. Een jongen die veel nabijheid nodig heeft, bijgestuurd moet worden en een spiegel voorgehouden moet krijgen. Een jongen bij wie we steeds moeten kijken naar de reden achter zijn gedrag.
Wanneer hij wat langer op Zuiderbos zit, durft hij steeds meer van zichzelf te laten zien. We zien steeds vaker de jongen die in de plannen was omschreven.
Hij wil graag zijn zin hebben.
‘Oké, hij wil dus graag controle’.
Hij zet geregeld een grote mond op tegen de leerkracht.
‘Oké, die grote mond is niet oké, maar eigenlijk roept hij ‘HELP.’
Een jongen in nood’.
Hij gooit met spullen en wordt fysiek agressief tegen collega’s en klasgenoten.
‘Oké, hij zit klem en dit is zijn manier van omgaan met die spanning. Hij moet reguleren en hij zit klem. Ook op Zuiderbos vinden we dat gedrag verre van acceptabel. Maar zijn gedrag vertelt ons wel iets. En morgen ben je gewoon weer welkom’.
‘Het monster op papier’ ontwikkelt zich.
Hij wordt ouder en stroomt door naar ons VSO, omdat hij nog niet klaar is voor een overstap naar een andere plek. De puberteit hakt erin. Hij wordt groter en sterker. Hij verzet zich tegen zijn ouders.
Hij vecht tegen zijn autisme. Hij is met regelmaat agressief. Thuis en op school.
Wij lokken hem soms ook bewust uit de tent, omdat we hem iets willen leren.
Zijn gedrag keuren we af.
Hem niet!
Hij doet ertoe.
Hij mag zijn wie hij is.
Hij is welkom.
Elke dag opnieuw.
En laat dat precies de kracht zijn van wat Zuiderbos voor hem heeft betekend: hem en zijn ouders blijven steunen. Elke dag opnieuw zoeken naar kansen.
Hij is een puzzel en wij moeten die samen met hem, zijn ouders en de zorg leggen.
Wat heeft hij nodig?
Waar liggen zijn talenten?
Waar wordt hij blij van?
De didactiek is een middel om hem iets te leren. Wat écht van belang is, is dat deze jongen zich staande weet te houden in de maatschappij. Binnen zijn gezin. Binnen een nieuwe school. Bij de voetbalclub. Op straat.
Hem telkens spiegelen, nabijheid bieden, afspraken maken met hem en zijn ouders en deze nakomen. Betrouwbaar zijn. Veiligheid bieden. En hem altijd opnieuw welkom heten.
Dat heeft deze jongen geholpen om weer naar zichzelf te durven kijken in de spiegel.
Na ongeveer een jaar op het VSO van Zuiderbos stroomt hij door naar een andere VSO-school.
Net als bij ons gaat het daar niet altijd gemakkelijk. Maar hij vindt de sleutel en de drive om iedere dag opnieuw uit bed te komen en iets van zijn leven te maken.
En dat kan hij!
Omdat hij er zelf achter is gekomen dat hij zoveel meer is dan dat ‘monster op papier’.
Deze leerlingen zijn overal. Op elke school en binnen elke organisatie. Leerlingen met een negatief zelfbeeld, een diagnose, in de knel zitten, gezien willen worden. Ze laten gedrag zien, maar eigenlijk is het een schreeuw om hulp. Durf voorbij het gedrag te kijken, durf verder te zoeken naar wat een leerling drijft, durf hem/haar te begrijpen en ben zijn/haar veilige plek. De leerlingen voelen zich vaak niet gehoord of gezien. En vooral niet begrepen. Laten we dit samen anders doen, anders kijken en hulp vragen als je het zelf even niet meer weet. En weet dat wij als Zuiderbos altijd mee willen denken als je op school vastloopt. Wij weten het ook vaak niet, maar durven buiten de gebaande paden te gaan en out of the box te denken. Met jullie! Voor de leerlingen!