Column bestuurder Erik Wissink
De geboorte van een kleindochter
Vorige week is ons eerste kleinkind geboren: Josefien. Wat ben ik trots op mijn dochter. Mijn vrouw en ik genieten met volle teugen van het prille geluk dat mijn dochter en schoonzoon ten deel is gevallen. Hoe bijzonder is het om bijna lijfelijk te voelen hoe de verantwoordelijkheid bij de kersverse ouders indaalt, daar in die eerste dagen waarin alles nieuw is en ieder geluidje telt.
Een van de nu al dierbaarste beelden, dat zich in mijn geheugen heeft gegrift, is dat van mijn vrouw, mijn dochter en mijn pasgeboren kleindochter: drie vrouwen, drie generaties. Deze prachtige levensgebeurtenis maakt veel in mij los. Herinneringen, maar ook vragen en verwachtingen over de toekomst. Wanneer een nieuw leven begint, kijk je als vanzelf terug: hoe was het toen onze eigen kinderen werden geboren, en wat is er veranderd?
Toen en nu
Ruim dertig jaar geleden werd je als nieuwbakken vader na enkele uren door het ziekenhuis – ook als het midden in de nacht was – vriendelijk doch dringend naar huis gestuurd. Daar lag je dan, met grote ogen naar het plafond te staren, nog vol adrenaline en emoties. De volgende dag mocht je, na één dag vrij, weer naar je werk. Je probeerde, blij maar ook in een soort PTSS-achtige toestand, zo goed mogelijk je werkzaamheden op te pakken. Hoe anders is dat nu. Het nieuwe gezin kreeg een kraamsuite toegewezen, zodat de ouders de hele tijd bij elkaar konden zijn. Wat een mooie hechtingsstappen kun je dan als gezin samen zetten, juist in die eerste, kwetsbare uren.
De geboorte van zo’n klein mensje, vol beloften, brengt wensen én zorgen met zich mee. Natuurlijk zie ik, net als velen, de ontwikkelingen in de wereld en de polarisatie die steeds zichtbaarder wordt. Je gunt ieder kind een wereld waarin mensen en naties elkaar respecteren en in vrede samenleven. Wereldvrede. Het klinkt bijna groot en abstract, maar als je een pasgeboren kind in je armen houdt, voelt het ineens heel concreet.
Dicht bij huis
Toch wil ik in deze column dichter bij huis en mijn eigen rol blijven. Wat wensen wij Josefien toe in haar eigen leef- en leeromgeving? Allereerst dat ze gelukkig en gezond mag opgroeien, omringd door veel liefde. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar we weten allemaal dat dit voor lang niet ieder kind geldt. In onze regio en binnen het SWV leggen we op dit moment de basis voor een inclusieve leer- en ontwikkelomgeving. Hoe mooi is het om te bedenken dat Josefien – samen met heel veel andere kinderen – de vruchten zal plukken van de keuzes die we nu met elkaar maken. Dat ze in haar eigen omgeving naar een inclusieve leerplek mag gaan. Een omgeving met een stevige pedagogische basis, waarin ze volledig tot haar recht komt en waar aandacht is voor haar ontwikkel- en leerbehoeften. Waar de driehoek kind, ouders en omgeving zorgvuldig op elkaar is afgestemd.
Ik wens haar een jeugd waarin ze vrij mag zijn, met ruimte voor eigenheid en eigenaardigheden. Een jeugd waarin een gezamenlijke belangstelling voor verschillende culturen vanzelfsprekend is. Ik gun haar dat ze zich mag ontwikkelen tot een autonome persoonlijkheid, en dat ze zich zoveel mogelijk in de concrete wereld mag begeven, met échte ontmoetingen.
Opvoeden als gezamenlijke opdracht
Het is een heel wensenlijstje, en ik zou moeiteloos nog even kunnen doorgaan. Is het teveel gevraagd? Misschien. Maar het legt vooral de vinger bij onze gezamenlijke opdracht. Want de condities voor al deze wensen creëren zich niet vanzelf; die vragen om bewuste keuzes van ouders, professionals, beleidsmakers en bestuurders.
In die zin is de geboorte van Josefien voor mij veel meer dan een persoonlijke mijlpaal. Ze is ook een spiegel. Wat laten wij als generatie na, welke waarden dragen we over, welke structuren bouwen we – of breken we juist af? Als ik zie hoe we in deze regio met elkaar stappen zetten richting een inclusieve, pedagogisch sterke omgeving, stemt mij dat dankbaar en hoopvol.
Het beloftevolle leven van Josefien is begonnen. Dat ze in zo’n liefdevol gezin is geboren, biedt al een prachtige basis. Het is aan ons, volwassenen rondom haar en haar leeftijdsgenoten, om die basis te versterken. Zodat zij later misschien ook, met een kleinkind op de arm, kan terugkijken en zeggen: we hebben er met elkaar écht voor gestaan.