Interview Joske Engbers en Loes Swinkels
Van signaleren tot een passende plek: samenwerken rond hoogbegaafdheid
Hoogbegaafde leerlingen worden niet altijd direct herkend in het onderwijs. Terwijl sommige leerlingen zich zelfsturend en autonoom ontwikkelen, passen anderen zich aan of lopen vast wanneer hun onderwijs- en ondersteuningsbehoeften niet voldoende worden gezien of ze daarin niet voorzien worden. Loes Swinkels en Joske Engbers zetten zich al jaren in voor deze groep leerlingen. Vanuit hun rol binnen twee verschillende besturen werken ze samen met het samenwerkingsverband om ervoor te zorgen dat hoogbegaafde leerlingen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben.
Loes werkt als orthopedagoog en ECHA/RITHA practitioner bij Stichting Prodas. Binnen het Expertise Netwerk van Prodas ondersteunt ze scholen bij vraagstukken rondom leerlingen met uitdagingen op het gebied van leren en gedrag. Daarnaast is ze als orthopedagoog verbonden aan de Leo-afdeling, een voltijd voorziening voor hoogbegaafde leerlingen. “Mijn werk bestaat veelal uit consultatieve leerlingbegeleiding,” vertelt Loes. “Dat kan een gesprek met een school zijn, maar soms observeer ik ook in de klas of doen we verder onderzoek. Het gaat om een brede groep leerlingen: van leerlingen met leerachterstanden en uitdagingen in gedrag tot leerlingen met een hoog cognitief ontwikkelingspotentieel. Samen kijken we wat een leerling nodig heeft om weer tot ontwikkeling te komen en wat de leerkracht dan nodig heeft om dit voor elkaar te krijgen.”
Joske Engbers werkt als stafmedewerker Onderwijs & Kwaliteit bij OBSH Helmond. In haar rol ondersteunt ze scholen bij het ontwikkelen en implementeren van beleid dat gericht is op betere leerresultaten en toekomstbestendig onderwijs. Daarnaast biedt ze advies aan het bestuur en directeuren over het verbeteren van onderwijskundige processen, het waarborgen van kwaliteit en een rol als initiator van onderwijskwaliteit. Bij de Level/Up is dit specifiek gericht op deze doelgroep leerlingen.
Een doelgroep die lang onderbelicht bleef
Volgens Loes en Joske is de aandacht voor hoogbegaafde leerlingen de afgelopen jaren gegroeid, maar het blijft een doelgroep die in het onderwijs lange tijd onderbelicht is geweest. “Er is lang gedacht dat leerlingen met een hoog cognitief ontwikkelingspotentieel het vanzelf wel redden,” zegt Loes. “Maar dat is niet altijd zo. Sommige leerlingen passen zich aan of laten hun capaciteiten niet zien. Soms lopen ze zelfs vast in hun ontwikkeling.” Joske herkent dat beeld. “De aandacht in het onderwijs gaat vaak uit naar leerlingen die uitvallen aan de onderkant. Terwijl er ook een groep is die juist extra uitdaging nodig heeft én ontwikkelingsgelijken om tot leren te komen.”
Dat geldt zeker voor leerlingen die dubbel bijzonder zijn: leerlingen bij wie hoogbegaafdheid samengaat met bijvoorbeeld Autisme, ADHD, dyslexie of andere uitdagingen. Daarbij speelt ook de samenwerking met ouders een belangrijke rol. Ouders signaleren vaak als eerste dat hun kind thuis ander gedrag laat zien dan op school. “Uit onderzoek weten we dat ouders de belangrijkste bron van informatie zijn over de ontwikkeling van hun kind,” zegt Loes. “Het is belangrijk dat scholen die signalen serieus nemen en samen met ouders kijken wat een leerling nodig heeft.”
Samen bouwen aan een dekkend aanbod
De afgelopen jaren hebben Loes en Joske samen met het samenwerkingsverband gewerkt aan de ontwikkeling van beleid rondom voltijds voorzieningen voor hoogbegaafde leerlingen. Binnen hun organisaties bestaan al langer voltijdvoorzieningen: de Leo-afdeling en Level-up. Vanuit de landelijke gelden voor Voltijd HB-onderwijs, is samen met het samenwerkingsverband gekeken hoe deze voorzieningen onderdeel kunnen worden van een breder, dekkend aanbod binnen de regio. “Voorheen werd de plaatsing op deze voorzieningen volledig door de besturen zelf bekostigd,” vertelt Loes. “Nu is het voltijdarrangement onderdeel geworden van het samenwerkingsverband. Dat is een belangrijke stap voor kansengelijkheid. Zo krijgen alle leerlingen binnen het samenwerkingsverband dezelfde toegang tot deze voorzieningen als dat nodig is.”
Tegelijkertijd blijft het uitgangspunt dat leerlingen zo veel mogelijk onderwijs volgen op hun eigen school. “We kijken altijd eerst samen met de school wat er binnen de eigen omgeving mogelijk is,” zegt Joske. “Je wil het liefst dat een leerling gewoon in de eigen wijk naar school kan blijven gaan. Hierbij is het wel belangrijk dat scholen voldoende expertise hebben om goed te kunnen signaleren. In de praktijk zien we dat leerlingen pas gezien worden als ze externaliserend gedrag laten zien. Eigenlijk ben je dan al te laat. We willen de komende jaren onze expertise steeds meer gaan delen, zodat deze groep leerlingen tijdig passende ondersteuning krijgt en tijdig toegang krijgt tot de voltijdvoorziening, wanneer dit nodig is, niet pas wanneer de leerling helemaal vast is gelopen of thuis zit.
Preventief ondersteunen waar het kan
Een belangrijk onderdeel van de samenwerking met het samenwerkingsverband is het vroegtijdig signaleren van ondersteuningsbehoeften. Door eerder met scholen mee te kijken, kan vaak worden voorkomen dat leerlingen vastlopen. Binnen de organisaties van Loes en Joske werken orthopedagogen en coaches samen met scholen om deze ondersteuning vorm te geven. “We proberen binnen de stichting zoveel mogelijk preventief te werken,” vertelt Loes. “Als een leerling wordt gesignaleerd, kunnen we al vroeg meekijken met de school. Soms betekent dat dat een coach tijdelijk ondersteuning biedt in de klas, bijvoorbeeld in het meedenken van uitdagend materiaal, mogelijkheden tot verbreden en verdieping, of pedagogische vaardigheden die nodig zijn om deze groep leerlingen te ondersteunen”.
Ook de ondersteuningspiramide speelt hierin een rol. Deze piramide beschrijft verschillende niveaus van ondersteuning binnen het onderwijs, waarbij een voltijdvoorziening het meest intensieve niveau is. “In de piramide kijken we vooral naar hoe we scholen kunnen ondersteunen in de basisondersteuning en wat we aan extra ondersteuning kunnen bieden”, legt Loes uit. “Daarnaast geeft de piramide mooi weer hoe we de extra en externe ondersteuning binnen ons samenwerkingsverband georganiseerd hebben voor deze groep leerlingen”.
Leren van elkaar
De samenwerking via het samenwerkingsverband heeft er ook voor gezorgd dat de verschillende voorzieningen elkaar beter hebben leren kennen. “Voorheen hadden we niet veel contact met elkaar,” vertelt Joske. “Door de samenwerking merken we hoeveel herkenning er eigenlijk is. We werken met dezelfde doelgroep en lopen vaak tegen dezelfde vragen aan.” Ook het gezamenlijk bespreken van casussen helpt daarbij. “We hebben nu regelmatig overleg waarin we samen met het samenwerkingsverband kijken naar leerlingen en mogelijke vervolgstappen,” zegt Loes. “Dat helpt om zorgvuldig te kijken wat voor een leerling de best passende plek is.”
Daarnaast geeft het gezamenlijke beleid volgens haar rust. “Het feit dat plaatsing op de voltijdvoorziening nu een arrangement is van ons samenwerkingsverband, laat zien dat er draagvlak is. Dat geeft rust voor besturen, voor ouders en uiteindelijk vooral voor de leerlingen.”
Blik op de toekomst
Als Loes en Joske vooruitkijken, hopen zij vooral dat hoogbegaafde leerlingen in de toekomst eerder worden gezien en ondersteund. “Ik hoop dat we over een paar jaar geen thuiszitters meer hebben binnen deze doelgroep,” zegt Loes. “Dat leerlingen eerder in beeld zijn en sneller de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.” Daarvoor is volgens hen ook samenwerking buiten het onderwijs belangrijk. “Hoogbegaafdheid speelt niet alleen op school,” zegt Joske. “Ook in de opvoeding en in de zorg is kennis hierover belangrijk. Uiteindelijk willen we dat alle kinderen zich kunnen ontwikkelen op een manier die bij hen past.”
Een boodschap aan scholen
Tot slot hebben Loes en Joske een duidelijke boodschap voor scholen die met hoogbegaafde leerlingen werken. “Ga vooral open de dialoog aan,” zegt Joske. “Met de leerling, met de ouders en met de professionals om hen heen. Kijk samen wat een leerling nodig heeft om zich verder te ontwikkelen.” Loes vult aan: “En wees je bewust van je eigen aannames en overtuigingen over hoogbegaafdheid. Hoogbegaafde leerlingen kunnen vaak heel goed zelf aangeven wat ze nodig hebben. Door echt naar hen en hun ouders te luisteren, kun je veel eerder zien wat ze nodig hebben om tot ontwikkeling te komen.”