Uitspraak klachtencommissie

Casus: verwijdering leerling zonder passende alternatieve plek – zorgplicht geschonden

Context
Het gaat om een leerling in het primair onderwijs met extra ondersteuningsbehoeften. De basisschool gaf aan dat zij het gedrag en de onderwijsbehoefte van de leerling niet (meer) kon hanteren binnen de eigen setting. De school zette in op een verwijdering en startte een procedure richting speciaal onderwijs.

Wat ging er mis?
De school:

  • besloot tot (voortijdige) verwijdering van de leerling;
  • deed onvoldoende onderzoek naar wat nodig was om de leerling (tijdelijk) te behouden;
  • stelde vóór de verwijdering geen concrete, passende alternatieve plek veilig;
  • schoof het vinden van een nieuwe plek feitelijk door naar ouders en/of het samenwerkingsverband;
  • accepteerde daarmee het risico dat de leerling (tijdelijk) zonder onderwijs zou komen te zitten.

Oordeel van de klachtencommissie
De Landelijke Klachtencommissie Primair Onderwijs oordeelde dat de school de zorgplicht had geschonden. Op grond van artikel 40 WPO had de school pas mogen overgaan tot verwijdering nadat zij ervoor had gezorgd dat een andere school bereid was de leerling toe te laten. De commissie stelde vast dat:

  • de school te snel concludeerde dat zij geen passend onderwijs kon bieden;
  • alternatieven binnen en buiten de school onvoldoende waren onderzocht;
  • het ontbreken van een daadwerkelijke nieuwe plaatsing niet mag worden afgewenteld op ouders;
  • de zorgplicht een resultaatsverplichting is: een leerling mag niet “in de lucht hangen”.

De klacht van ouders werd gegrond verklaard. De school kreeg het verwijt dat zij haar wettelijke verantwoordelijkheid onvoldoende had genomen.

Waarom is dit een sterke PO-casus?

Deze uitspraak maakt voor het primair onderwijs glashelder dat:

  • zorgplicht bij de school ligt, niet bij ouders;
  • “we kunnen dit kind niet aan” nooit voldoende is zonder onderbouwing;
  • verwijdering zonder zekere vervolgplek juridisch niet standhoudt;
  • ook bij complexe problematiek continuïteit van onderwijs leidend is;
  • samenwerkingsverbanden ondersteunend zijn, maar de school verantwoordelijk blijft.

Dit is precies het type casus dat in de praktijk veel voorkomt en waarop de inspectie en commissies scherp toetsen.

Bronnen

  • Overzicht uitspraken Passend Onderwijs, Geschillencommissies Bijzonder Onderwijs (GCBO) – diverse PO-zaken over niet bieden van passend onderwijs en onjuiste verwijdering

https://www.geschillencommissiesbijzonderonderwijs.nl/onderwerpen/passend-onderwijs

Casus: leerling thuis door wachttijd gespecialiseerd onderwijs – zorgplicht onvoldoende ingevuld

Context
Een leerling in het primair onderwijs heeft aantoonbaar intensieve ondersteuning nodig, bijvoorbeeld vanwege gedragsproblematiek, een ontwikkelingsstoornis of ernstige sociaal-emotionele problemen. De basisschool concludeert – na overleg – dat zij dit aanbod niet (meer) passend kan organiseren. Er wordt een TLV afgegeven voor plaatsing in het speciaal (basis)onderwijs (SBO of SO) of een andere gespecialiseerde voorziening. Op het moment dat de TLV is afgegeven, blijkt echter dat:

  • de beoogde school of voorziening een wachttijd hanteert;
  • er geen directe plek beschikbaar is.

De leerling volgt tijdelijk geen of nauwelijks onderwijs en zit (deels of volledig) thuis.

Wat gaat hier mis?

In de praktijk gebeurt vaak het volgende:

  • de basisschool beschouwt haar rol als “afgerond” na afgifte van de TLV;
  • het samenwerkingsverband wijst op capaciteitsproblemen in het gespecialiseerd onderwijs;
  • ouders blijven achter met een kind zonder dagelijks onderwijsaanbod;
  • tijdelijke oplossingen (zoals onderwijs op afstand of een overbruggingsplek) blijven uit.

Juridisch en beleidsmatig oordeel

Volgens de wet en vaste duiding door inspectie en commissies is dit niet toegestaan. Belangrijk uitgangspunt:

  • De zorgplicht van de school stopt niet bij de TLV of bij een wachttijd.
  • De school (bevoegd gezag) blijft verantwoordelijk voor een ononderbroken onderwijsaanbod, totdat de leerling daadwerkelijk is geplaatst.

De Inspectie van het Onderwijs benadrukt dat wachttijden in het gespecialiseerd onderwijs geen rechtvaardiging zijn voor thuiszitten. Als een leerling geen onderwijs krijgt, is er sprake van een tekortkoming in de naleving van de zorgplicht (artikel 40 WPO). Ook uit uitspraken en analyses van de Geschillencommissies Passend Onderwijs blijkt dat:

  • een TLV slechts toegang geeft tot een voorziening;
  • maar geen ontslag van verantwoordelijkheid voor de aanmeldende school betekent;
  • de leerling recht heeft op een overbrugging, passend bij de ondersteuningsbehoefte.

Wat had de school moeten doen?

Van scholen mag in deze situatie worden verwacht dat zij:

  • samen met het samenwerkingsverband actief zoeken naar tijdelijke alternatieven (bijvoorbeeld een overbruggingsplek of tijdelijke plaatsing);
  • onderwijs (desnoods gedeeltelijk) blijven organiseren, ook als dat maatwerk vraagt;
  • blijven overleggen met ouders en het belang van het kind centraal stellen;
  • voorkomen dat de wachttijd leidt tot feitelijk thuiszitten.

Waarom is dit een belangrijke casus voor PO?

Deze casus:

  • komt veel voor in het primair onderwijs;
  • raakt direct aan de kern van de zorgplicht;
  • laat zien dat thuiszitten vaak ontstaat door procesdenken (“TLV is rond”) in plaats van kindgericht handelen;
  • wordt door de inspectie gezien als risico-indicator voor onvoldoende uitvoering van passend onderwijs.

Bronnen

  • Inspectie van het Onderwijs, Toezicht en handhaving zorgplicht passend onderwijs – expliciete duiding dat wachttijden het thuiszitten niet rechtvaardigen