Column bestuurder Erik Wissink

Van het terras naar de klas: samenwerken in de gouden weken

Na een prachtige zomer is het tijd om uitgerust en met frisse energie aan het nieuwe schooljaar te beginnen. Voor ons samenwerkingsverband is dit een bijzonder schooljaar. We zetten de eerste stappen met ons nieuwe ondersteuningsplan, Samen op weg naar een inclusieve leeromgeving. Een van de kernbegrippen daarin is het versterken van de pedagogische basis. Juist aan het begin van het schooljaar, in de zogenoemde gouden weken, krijgt die gezamenlijke opdracht extra betekenis.

Tijdens onze vakantie in Nederland maakten mijn vrouw en ik iets mee dat mij aan het denken zette. Na een wandeling vonden we een rustig terras in een mooi natuurgebied. Terwijl wij van de lunch genoten, kwam een moeder met drie kinderen zitten: een jong kind en twee kinderen in de basisschoolleeftijd. De twee oudsten bleven over het terras rennen, duwden tegen stoelen en riepen luid naar elkaar. Hun moeder richtte haar aandacht vooral op het jongste kind en greep niet zichtbaar in. Andere gasten keken steeds ongemakkelijker om zich heen.

Er kan van alles hebben gespeeld. Misschien was de moeder overbelast, vroeg het jongste kind al haar aandacht of hadden de oudere kinderen ondersteuning nodig die voor buitenstaanders niet zichtbaar was. Juist daarom past terughoudendheid in ons oordeel. Tegelijkertijd ontslaat begrip ons niet van pedagogische verantwoordelijkheid. Waar kinderen met anderen samenleven, is begrenzen óók een vorm van zorg. Voor het kind zelf en voor de omgeving.

Dit soort alledaagse ervaringen roepen bij mij een bredere vraag op. Hoe keren kinderen na de vakantie terug naar school? Voor veel kinderen betekent de zomer minder structuur, andere ritmes en soms ook minder duidelijke grenzen. In de eerste schoolweken zijn het vervolgens de professionals die kinderen helpen om weer te wennen aan afspraken, routines en het samen leren en leven in een groep. Dat is een wezenlijk onderdeel van hun vak. Maar het kan niet uitsluitend hun opdracht zijn.
In een eerdere column schreef ik al over ouders die hun kinderen nauwelijks nog corrigeren, soms uit vrees voor het conflict dat daarop kan volgen. Daarmee verschuift een deel van de opvoedverantwoordelijkheid ongemerkt naar school of opvang. Dat is niet alleen onwenselijk voor professionals, het helpt vooral het kind niet. Kinderen hebben volwassenen nodig die nabij zijn, verwachtingen uitspreken en consequent handelen. Niet hard, wel helder. Niet tegenover het kind, maar naast het kind.

Ook de samenwerking tussen ouders en school staat onder druk. Scholen ervaren vaker dat een verschil van inzicht over de begeleiding van een kind snel uitgroeit tot een conflict. Waar het gesprek nodig is, ontstaat soms frictie. Dat is zorgelijk. Want juist wanneer een kind extra ondersteuning nodig heeft, is het belangrijk dat ouders en professionals elkaar weten te vinden. Niet door verantwoordelijkheden van elkaar over te nemen, maar door die goed op elkaar af te stemmen.

Er zijn vanzelfsprekend verschillende pedagogische rollen. Ouders kennen hun kind door en door, en dragen de primaire verantwoordelijkheid voor de opvoeding. Professionals brengen hun pedagogische en onderwijskundige expertise in en dragen verantwoordelijkheid voor een veilige leeromgeving. Die rollen zijn niet hetzelfde, maar ze kunnen ook niet zonder elkaar. Een sterke pedagogische basis ontstaat wanneer volwassenen rondom een kind voorspelbaar, consequent en in verbinding handelen.
De eerste weken van het schooljaar worden niet voor niets de gouden weken genoemd. Het zijn de weken waarin groepen worden gevormd, relaties worden opgebouwd en kinderen wennen aan elkaar, aan de structuur en vaak aan een nieuwe leerkracht. Wat in deze periode wordt opgebouwd, werkt door in de rest van het schooljaar.

Vrijwel iedere school nodigt ouders in deze weken uit voor een kennismakingsavond. Vaak heeft die bijeenkomst vooral het karakter van informatieoverdracht. Mijn oproep is om haar ook te benutten voor een wezenlijk gesprek: wat mogen ouders en school van elkaar verwachten? Hoe spreken we elkaar aan wanneer iets niet goed loopt? En hoe zorgen we ervoor dat kinderen thuis, op school en in de samenleving herkenbare grenzen én steun ervaren?

Inclusief onderwijs begint niet bij structuren, arrangementen of indicaties. Het begint bij een gezamenlijke pedagogische basis. Bij volwassenen die verantwoordelijkheid nemen, elkaar vasthouden en steeds weer het belang van het kind vooropstellen. Zodat de kinderen op het terras niet aan hun lot worden overgelaten, maar de moeder er ook niet alleen voor staat. Onze kinderen zullen daar wel bij varen.