Samen sterk voor het jonge kind: de kracht van De Tussenvoorziening
Binnen SWV Helmond-Peelland PO streven we naar een zo dekkend mogelijk aanbod voor ieder kind. Soms zijn de bestaande arrangementen voor sommige kinderen echter niet passend. Daarom is vorig jaar de pilot Netwerk Jonge Kind gestart, waarin verschillende initiatieven zich specifiek richten op jonge kinderen. Een van deze initiatieven is ‘De Tussenvoorziening’ op Kindcentrum Rijpelberg. Els Adriaans – van Sinten (leerkracht Tussenvoorziening) en Manon van Roij-Kuypers (IB-er groep 1 t/m 5) vertellen over de opzet, de unieke samenwerking en wat deze oplevert voor het kind.
Het initiatief is ruim een jaar geleden daadwerkelijk gestart, maar de voorbereiding nam zo’n vier jaar in beslag. Manon legt uit hoe het begon:
“Sinds een aantal jaar ervaren wij binnen KC Rijpelberg een onderinstroom bij de kleuters. Het zeer lage taalniveau van de peuters bij binnenkomst op de voorschool in combinatie met systeemproblematiek draagt hier grotendeels aan bij. Peuters stromen binnen met een minimale beheersing van de Nederlandse taal en met enige regelmaat ook zonder beheersing van de moedertaal. Doordat meer dan 50% van de kinderen ten minste 2-4 maanden achterstand laat zien op de spraak- taalontwikkeling, wat vaak ook gepaard gaat met een achterstand op het cognitieve ontwikkelingsniveau, wordt het basisaanbod VVE bijgesteld naar dit ontwikkelingsniveau. Het gemiddelde niveau wordt bijgesteld naar het gemiddelde niveau van de groep, met als gevolg een extreme kloof tussen het ontwikkelingsniveau en het leeftijdsniveau van de peuters. En het gevolg daarvan is, dat kinderen op de basisschool instromen met een lager startniveau, omdat vanwege bovenstaande omstandigheden niet het maximale uit het VVE-aanbod gehaald kan worden.”
Els: “Met die gegevens zijn we aan de slag gegaan, hebben onderzoek gedaan en van daaruit hebben we als KC Rijpelberg en Spring kinderopvang samen een plan gemaakt. Dat plan heet De Tussenvoorziening. Na gesprekken met het samenwerkingsverband waren we klaar om deze problematiek aan te pakken, waarna de SWV-organisatie, Spring Kinderopvang en het bestuur van OBSH instapten om de financiering mogelijk te maken.
Brede problematiek in een kleine setting
Op dit moment zitten er negen kinderen in de groep: twee peuters die vanuit Spring Kinderopvang binnenkwamen en zeven kleuters. Het is de bedoeling dat drie- of vierjarige kinderen die iets extra’s nodig hebben om tot ontwikkeling te komen hier instromen. Hoewel het doel en de verwachting zijn dat ze uiteindelijk naar een reguliere groep kunnen, hebben ze op dit moment écht extra ondersteuning nodig.
De problematiek in de groep is heel breed. Els vertelt: “We zien veel kinderen met taalachterstanden, wat waarschijnlijk ook deels met de wijk te maken heeft. Ook zien we achterstanden in de sociaal-emotionele ontwikkeling of de motoriek. Dat laatste is ook heel belangrijk om aan te pakken, zodat een kind weer tot leren kan komen. Verder zien we leerachterstanden en kinderen die door een moeilijke thuissituatie lastiger tot ontwikkeling komen. We hebben ook kinderen met autisme of ADHD in de klas.”
Het voordeel van de opzet is de vroege en gerichte aanpak. Els: “Het is ontzettend fijn om kinderen al op zo’n jonge leeftijd binnen te hebben. Als zij in een grote, reguliere groep terechtkomen, raken ze vaak gefrustreerd, klappen ze dicht en komen ze niet meer tot leren. Daar kunnen wij nu op vooruitlopen.”
Onderwijs en pedagogiek versterken elkaar
De groep wordt op maandag, dinsdag en woensdag gedraaid door Els, en op donderdag en vrijdag door een andere leerkracht. In de ochtenden worden zij bijgestaan door een HBO-opgeleide pedagogisch professional vanuit Spring. Manon benadrukt dat deze samenwerking ontzettend veel meerwaarde heeft vanwege het pedagogische inzicht dat hierdoor wordt ingebracht.
In de praktijk vullen de professionals elkaar mooi aan. “Als we bijvoorbeeld in de klas aan het spelen zijn, kan onze pedagogisch professional Janneke heel rustig observeren hoe de kinderen communiceren en met elkaar spelen,” legt Els uit. “Ze analyseert heel goed waar bepaald gedrag vandaan komt en wat we er het beste aan kunnen doen. Omdat ik me meer op de didactiek richt, vullen we elkaar op deze manier prachtig aan.”
De kracht van de voorziening zit in de rust, structuur en veiligheid. Er wordt veel visueel en concreet gemaakt, bijvoorbeeld met vaste plekken in de kring en het gebruik van gebarentaal. Omdat kinderen precies weten waar ze aan toe zijn, ontstaat er snel een band. Daarnaast worden ouders intensief betrokken: er zijn geen standaard 10-minutengesprekken, maar er wordt samen met hen een OPP gemaakt en regelmatig geëvalueerd. Dit plan wordt volgens een vaste cyclus samen met de ouders geëvalueerd.
Els vertelt: “Het grootste succes is dat we in deze kleine setting, met twee begeleiders, echt kunnen kijken naar de behoeftes van het individuele kind, waarbij we tegelijkertijd de transfer maken naar samen spelen, samen leren en samen ontwikkelen. Daarnaast werken we heel bewust aan communicatieve basisvaardigheden, zoals kijken naar de spreker, het durven nemen van beurtinitiatieven en het opbouwen van wederkerige interactie. Binnen onze thema’s houden we steeds rekening met de functionele basiswoordenschat die kinderen nodig hebben, en deze taal komt de hele dag door in ons onderwijs terug. We besteden bovendien veel aandacht aan prikkelregulatie, onder andere door het gericht inzetten van sensopatisch materiaal om kinderen te helpen hun lichaam en emoties beter te reguleren. We zijn ons daarbij heel bewust van de kleine stapjes die kinderen in hun ontwikkeling zetten en vieren die groei, omdat we altijd denken in kansen in plaats van problemen. Door deze brede en doelgerichte aanpak bouwen kinderen bij ons een stevig gevulde rugzak op, waardoor zij met meer zelfvertrouwen, taal, communicatieve vaardigheden en regulatiemogelijkheden kunnen instromen in een reguliere groep 1.”
De toegevoegde waarde van de pilot Jonge Kind
De tussenvoorziening functioneert niet in een isolement, maar is ingebed in de bredere pilot van het SWV Helmond-Peelland PO. Dit netwerk levert op verschillende fronten duidelijke voordelen op:
- Samenwerking en netwerk: binnen het netwerk bespreken professionals hoe ze bepaalde thema’s aanpakken. Het helpt om informatie te delen, inspiratie op te doen en elkaar bekend te maken met de werkwijze van de voorziening.
- Van elkaar leren via het expertiseteam: een aantal keer per jaar wordt er samengewerkt met een expertiseteam bestaande uit partners zoals De Mikkel, de Taalbrug, Combinatie Jeugdzorg, SWV-organisatie, Kentalis en de GGD. Wanneer men handelingsverlegen is of een heel specifieke hulpvraag heeft met betrekking tot een kind, wordt dit kind besproken in het expertiseteam. Om dit effectief te doen, is er een format ontwikkeld waarin de casus vooraf helemaal wordt uitgewerkt, wat zorgt voor veel diepgang in het overleg.
Daarnaast benadrukt Manon: “We zijn altijd bereid om onze ervaringen te delen. De Tussenvoorziening is volop in ontwikkeling en we komen steeds nieuwe uitdagingen tegen. Die uitdagingen en ervaringen gebruiken we om De Tussenvoorziening steeds weer te versterken”.
Inclusief onderwijs in de praktijk
Kindcentrum Rijpelberg zet volop in op inclusiviteit. Naast de tussenvoorziening voor de allerkleinsten, kent de school bijvoorbeeld ook ‘De Club’: een arrangement vanaf groep 4 voor kinderen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Zij krijgen een aantal keer per week intensief les in een kleine groep, maar draaien de rest van de week mee in hun eigen klas. Het doel is telkens hetzelfde: kinderen de kans geven om op een school in hun eigen buurt te blijven, zolang het haalbaar is voor het kind, de leerkracht en de groep.
Dat deze aanpak werkt, bewijzen de resultaten van De Tussenvoorziening. In een jaar tijd zijn er al tegen de veertien kinderen enorm vooruit geholpen in hun onderwijsbehoefte. Els blikt dan ook hoopvol en met ’tweehonderd procent vertrouwen’ vooruit: “Sommige kinderen hebben minder kansen om zich optimaal te ontwikkelen. Daardoor kampen ze soms met achterstanden als ze op de basisschool starten. Als we die basis in groep 1 en 2 met extra aandacht goed kunnen neerzetten, wordt hun verdere ontwikkeling, zowel didactisch als gedragsmatig, zo veel makkelijker in de bovenbouw.”