Handreiking ondersteuningsniveaus voor leerlingen met kenmerken van hoogbegaafdheid

Deze handreiking is een toelichting op de ondersteuningsniveaus zoals weergegeven in deze piramide. Zoals in visiedocument al vermeld is, verschillen scholen binnen ons SWV onderling in hun visie op onderwijs, wat ook maakt dat de visie op onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen en de uitwerking daarvan in het beleid en aanbod kan en mag verschillen. Het beleid en aanbod zal op schoolniveau verder worden uitgewerkt in een protocol HB (zie ook Algemene richtlijnen protocollen basisondersteuning juli 2024), waarmee scholen zich onderscheiden en verhelderen wat zij bieden in de (basis)ondersteuning. Deze handreiking kan als leidraad worden gebruikt voor het inrichten van deze ondersteuning.

Extra / Externe ondersteuning

Interventies

  • Voltijds HB-arrangement SWV: Leo-afdeling Deurne of Level/Up Helmond
  • S(B)O-voorziening met ondersteuning HB
  • OZA/OZA-experimenteerregeling

Procedures / middelen

Toelichting

Wanneer de extra ondersteuning niet meer toereikend is, kan samen met ouders en de CPO’er nagegaan worden of een andere onderwijssetting meer passend is om de leerling in diens onderwijs- en ondersteuningsbehoeften te kunnen voorzien. Vanuit een Kans!overleg kan met instemming van de CPO’er van het SWV een arrangementsoverleg georganiseerd worden, waarin de coördinator HB van het SWV en de coördinatoren van de Leo-afdeling en Level/Up de leerling bespreken om na te gaan in welke setting een eerste verkenning kan starten. In een verkennend gesprek wordt dan nagegaan of de toelatingsprocedure in gang kan worden gezet. Als de leerling toelaatbaar blijkt te zijn, kan de Leo-afdeling/Level/Up een voltijd HB-arrangement voor de leerling aanvragen via Kindkans. In gesprek worden er afspraken gemaakt over de duur van het arrangement en de evaluatie met de school van herkomst.

Interventies

  • Aanpassen aanbod: versnellen op vak / jaargroep
  • Aanpassen onderwijstijd: korte / minder dagen (Variawet)
  • Arrangement SWV in de school

Procedures / middelen

  • Formuleren doelen en interventies (OPP handelingsdeel)
  • Kans!overleg, mogelijke uitkomst:
      • Inzet arrangement in de school
      • Verkennen voltijds HB-arrangement via arrangementsoverleg
      • TLV-aanvraag

Toelichting

Wanneer er aanpassingen gedaan worden in het onderwijsaanbod (versnellen op vakgebied of jaargroep) en/of in onderwijstijd (minder dagen of kortere dagen) en/of de extra ondersteuning overstijgt de basisondersteuning, wordt er een OPP opgesteld (perspectiefdeel en handelingsdeel), met doelen en interventies. Dit plan wordt besproken met ouders en de leerling (hoorrecht) en ondertekend door ouders (instemmingsrecht op het handelingsdeel). Wanneer er aanpassingen gedaan worden in de onderwijstijd, dient er contact opgenomen te worden met de thuiszitterscoördinator van het SWV.

Middels een Kans!overleg kan de CPO-er van het SWV meedenken over de inzet van opties voor extra ondersteuning, bijvoorbeeld de inzet van een HB-specialist vanuit de eigen school/ het eigen bestuur (ondersteuningsniveau 3) of een arrangement vanuit het SWV (ondersteuningsniveau 4). Bij het Kans!overleg sluit waar mogelijk een HB-expert aan vanuit de eigen school/het eigen bestuur om de opties te overwegen. Wanneer tijdens het Kans!overleg wordt geconcludeerd dat alle ondersteuningsniveaus tot en met niveau 4 voldoende zijn doorlopen, kan het verkennen van de mogelijkheden tot de inzet van een voltijds HB-arrangement de uitkomst zijn van het Kans!overleg (zie ondersteuningsniveau 5).

Interventies

  • Deelname plusgroep (boven)schools
  • Transfer pluswerk van de plusgroep naar de reguliere groep (ander werk)
  • Inzet specialist HB / coach van school / schoolbestuur
  • Handelingsgerichte diagnostiek t.b.v. verkrijgen van inzicht in de ondersteuningsbehoefte (S/Z heuristiek)

Procedures / middelen

  • Formuleren bevorderende en belemmerende factoren, onderwijs- en ondersteuningsbehoeften in het OPP (perspectiefdeel)

Toelichting

Wanneer er meer inzicht nodig is in de bevorderende en belemmerende factoren, alsook de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften, kan het perspectiefdeel van het OPP worden ingevuld. De leerling krijgt aanbod in een plusgroep op school of op bovenschools niveau, waarin voorzien kan worden in een belangrijke ondersteuningsbehoefte: leren en werken met ontwikkelingsgelijken. Er vindt een goede transfer plaats tussen de leerkracht van de plusgroep en de eigen leerkracht. Ouders worden geïnformeerd over het aanbod in de plusgroep. De leerlingproelen van Betts & Neihart (1988; 2010) kunnen gebruikt worden om meer zicht te krijgen op de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen met kenmerken van hoogbegaafdheid. Daarnaast kan de expertise van een HB-specialist binnen de school ingezet worden voor meer inzicht. Wanneer er meer inzicht nodig is in de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van een leerling met kenmerken van hoogbegaafdheid, kan een psychologisch onderzoek helpend zijn om de sterke en minder sterke kanten in beeld te brengen (sterkte/zwakte-heuristiek).

Basis ondersteuning

Interventies

Procedures / middelen

  • Didactische niveaus bepalen: formatief toetsen en doortoetsen IEP / LIB
  • Ontwikkelingsgelijken (peers) zoeken

Toelichting

Binnen de basisondersteuning (niveau 1 en 2) is het belangrijk om oog te hebben voor de talenten, maar ook voor eventuele uitdagingen, leermotivatie en het creatief denkvermogen. Vanuit het principe van stimulerend signaleren blijft de leerkracht nieuwsgierig naar de manier waarop de leerling uitgedaagd wordt. Hiervoor kunnen naast gerichte observaties, ook screeningsinstrumenten, data uit het leerlingvolgsysteem (summatief signaleren) en kindgesprekken ingezet worden. Hulpmiddelen zoals de Zijnswijzer, denksleutels, denkvierkanten en het wereldspel kunnen gebruikt worden om stimulerend te signaleren. Onderwijsaanpassingen binnen de basisondersteuning kunnen bestaan uit het compacten, verrijken, verdiepen en het verbreden van lesstof. Onderwijsaanpassingen worden altijd afgestemd met ouders. In de leergesprekken met de leerling is er bewust aandacht voor de drie psychologische basisbehoeften: autonomie, relatie en competentie. Volgens de zelfdeterminatietheorie (ZDT; Ryan & Deci, 2000) zijn leerlingen gemotiveerd om te leren, als zij in deze drie behoeften worden voorzien (Stroet et al., 2013). Het is belangrijk om begaafde leerlingen te motiveren voor het leren, omdat een lage motivatie een belangrijke voorspeller is voor onderpresteren onder intellectueel begaafde leerlingen (Ramos et al., 2022). De leerkuil kan als metafoor gebruikt worden om leerlingen te begeleiden in het leren leren. Als de leerling een prestatie ziet als uitkomst van eigen inspanning, denkt de leerling vanuit een growth mindset. Het (leren) denken vanuit een growth mindset is belangrijk: begaafde leerlingen die een xed mindset over intelligentie hebben, vermijden het risico om hun intelligentie in te zetten door nieuwe of moeilijkere taken te vermijden. Dit kan leiden tot onderpresteren (Siegle & McCoach, 2005).

Interventies

  • Aandacht voor leren leren
  • Differentiatie in inhoud, instructie en vorm van lesaanbod
  • Erkenning en herkenning
  • Stimulerend signaleren

Procedures / middelen

  • Inzet signaleringsinstrument (bijv. SLO, Knappe Kleuters, DHH , SIDI-PO)
  • Ouders betrekken (bij signalering en mee laten denken in aanpassingen binnen het onderwijs)

Toelichting

Binnen de basisondersteuning (niveau 1 en 2) is het belangrijk om oog te hebben voor de talenten, maar ook voor eventuele uitdagingen, leermotivatie en het creatief denkvermogen. Vanuit het principe van stimulerend signaleren blijft de leerkracht nieuwsgierig naar de manier waarop de leerling uitgedaagd wordt. Hiervoor kunnen naast gerichte observaties, ook screeningsinstrumenten, data uit het leerlingvolgsysteem (summatief signaleren) en kindgesprekken ingezet worden. Hulpmiddelen zoals de Zijnswijzer, denksleutels, denkvierkanten en het wereldspel kunnen gebruikt worden om stimulerend te signaleren. Onderwijsaanpassingen binnen de basisondersteuning kunnen bestaan uit het compacten, verrijken, verdiepen en het verbreden van lesstof. Onderwijsaanpassingen worden altijd afgestemd met ouders. In de leergesprekken met de leerling is er bewust aandacht voor de drie psychologische basisbehoeften: autonomie, relatie en competentie (zie ook https://www.zijnengezienworden.nl/). Volgens de zelfdeterminatietheorie (ZDT; Ryan & Deci, 2000) zijn leerlingen gemotiveerd om te leren, als zij in deze drie behoeften worden voorzien (Stroet et al., 2013). Het is belangrijk om begaafde leerlingen te motiveren voor het leren, omdat een lage motivatie een belangrijke voorspeller is voor onderpresteren onder intellectueel begaafde leerlingen (Ramos et al., 2022). De leerkuil kan als metafoor gebruikt worden om leerlingen te begeleiden in het leren leren. Als de leerling een prestatie ziet als uitkomst van eigen inspanning, denkt de leerling vanuit een growth mindset. Het (leren) denken vanuit een growth mindset is belangrijk: begaafde leerlingen die een xed mindset over intelligentie hebben, vermijden het risico om hun intelligentie in te zetten door nieuwe of moeilijkere taken te vermijden. Dit kan leiden tot onderpresteren (Siegle & McCoach, 2005).

Referenties

  • Betts, G. T., & Neihart, M. (1988). Profiles of the gifted and talented. Gifted Child Quarterly, 32(2), 248–253.
  • Betts, G. T., & Neihart, M. (2010). Revised profiles of the gifted and talented.
  • Hertzog, N. B., Mun, R. U., DuRuz, B., & Holliday, A. A. (2018). Identification of strengths and talents in young children. In S. I. Pfeier, E. Shaunessy-Dedrick, & M. Foley-Nicpon (Eds.), APA Handbook of Giftedness and Talent (pp. 301–316).
  • Leseman, P., & Veen, A. (2016). Ontwikkeling van kinderen en relatie met kwaliteit van voorschoolse instellingen. Resultaten uit het pre-COOL cohortonderzoek. Kohnstamm Instituut.
  • Liu, W. M., & Waller, L. (2018). Identifying and educating underrepresented gifted students. In S. I. Pfeier, E. Shaunessy-Dedrick, & M. Foley-Nicpon (Eds.), APA Handbook of Giftedness and Talent (pp. 417–431). American Psychological Association.
  • Ramos, A., Lavrijsen, J., Linnenbrink-Garcia, L., Soenens, B., Vansteenkiste, M., Sypré, S., & Verschueren, K. (2022). Motivational pathways underlying gifted underachievement: Trajectory classes, longitudinal outcomes, and predicting factors. Gifted Child Quarterly, 0(0).
  • Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55, 68–78.
  • Schrover, E. (2015). Uitdagend onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen – verrijkingstrajecten met effect. Koninklijke Van Gorcum B.V.
  • Siegle, D., & McCoach, D. B. (2005). Making a difference: Motivating gifted students who are not achieving. Teaching Exceptional Children, 38, 22–27.
  • Stroet, K., Opdenakker, M. C., & Minnaert, A. (2013). Effects of need supportive teaching on early adolescents’ motivation and engagement: A review of the literature. Educational Research Review, 9, 65–87.
  • Sypré, S., Verschueren, K., & Struyf, E. (2021). Signaleren van cognitieve begaafdheid binnen een geïntegreerd beleid op leerlingenbegeleiding. In Ontwikkelen van cognitief talent. Handboek voor onderwijsprofessionals. Acco.
  • Worthington, J. (2001). Parents are the best source of information about their children’s abilities. University of Queensland.